De bodem is hot

Zoals velen draai ik al een tijdje mee in het bodemwerkveld en als je er midden in zit lijkt er soms niet veel te veranderen, maar schijn bedriegt. Wanneer je uitzoomt over de afgelopen veertig jaar zie je dat de veranderingen groot zijn. Waar het bodemwerkveld zich in de jaren 80 en 90 en ook het eerste decennium vanaf 2000 zich grotendeels richtte op bodemverontreiniging en bodemsanering met onderzoeksprogramma’s als NOBIS en SKB is - na een soort van midlifecrisis midden jaren 10 en de zoektocht naar een nieuw verhaal - het werkveld langzaam maar zeker vele malen breder, sterker en diverser geworden. Bodem lijkt zelfs een beetje hot en beweegt zich van de problemen-kant (ellende met verontreiniging) naar de kansen-kant (zoals de aandacht voor vitale bodems)..

Zelf startte ik in 1988 met Bioclear om te gaan werken aan de ontwikkeling van biologische technieken voor bodemsanering. Destijds een vernieuwing in de aanpak van bodemverontreiniging, hoewel de markt er flink en lang aan moest wennen dat die kleine micro-organismen zulke problemen zouden kunnen oplossen. De vooroordelen waren groot: de biologie is kwetsbaar, kan niet tegen de aangetroffen concentraties giftige stoffen en het duurt vreselijk lang, minstens dertig jaar was het idee. Dat liep gelukkig anders, de biologie bleek veel robuuster en veel sneller dan ooit gedacht. Waar ‘zekere’ pump & treat oplossingen vijf tot tien jaar en soms veel langer nodig hadden om een chloorkoolwaterstoffen verontreiniging (bijv. Per en Tri) te verwijderen deed de biologie het in twee tot vier jaar. De potentie bleek groot en inmiddels nemen biologische zuiveringstechnieken een groot deel van de bodemverontreinigingen voor hun rekening.

Dat bracht me acht jaar geleden wel op de vraag: als de microbiologie in de bodem tot op grote diepte zo krachtig is en verontreinigingen tot wel 100 meter diep worden afgebroken - wat doet en kan de bodembiologie dan wel niet in de toplaag van de bodem, waarin ze nog zo veel talrijker en diverser is dan in de diepere ondergrond? Wat doen die enorme aantallen bacteriën en schimmels in die bovenste teellaag van een landbouwperceel en zou de boer daar wat aan kunnen hebben? Zo ontstond de vraag, wat is een gezonde bodem en wat kan dat voor ons en voor de landbouw betekenen in aanvulling op de chemie en de mechanisatie? Inmiddels zijn we hierin bijna acht jaar aan het pionieren en de eerste toepassingen beginnen zich af te tekenen.

Dit is een werkveld, waarin nog sterker zichtbaar wordt dan in het verleden, dat de bodem een complex levend systeem is waarin bodemorganismen vele functies hebben, van bevordering van de gewasgroei door het vrijmaken van voedingsstoffen en het produceren van groeibevorderende stoffen tot het vastleggen en vrijmaken van stikstof, ziektewering en koolstofvastlegging. Een nieuw werkveld waarvan we de top van de ijsberg in beeld hebben, maar waar nog veel te ontdekken en daarna toe te passen is.

Mooi is dat onder gezonde of vitale bodems meerdere zowel bestaande als nieuwe invalshoeken passen: de chemische kwaliteit, maar ook het watervasthoudend vermogen, het voorkomen van inklinking, erosie en verzilting, alsook een basis voor een duurzame en toekomstbestendige landbouw en natuurontwikkeling. Door dit als speerpunt te omarmen zet de EU veel energie en aandacht op het gezonder maken van bodems en worden enorme onderzoeksbudgetten gemobiliseerd om dit vorm te geven.

Dit is maar één van de voorbeelden van de vernieuwingen en verbredingen in het bodemwerkveld, die allemaal met elkaar gemeen hebben dat ze zijn begonnen met het aanpakken en opruimen van de verontreinigings-erfenis die begin jaren 80 in beeld kwam. Hieraan wordt nog steeds gewerkt, maar steeds vaker gaat het over nieuwe opkomende stoffen zoals de all over the place supersterke fluorkoolwaterstoffen, maar ook de vele tienduizenden kilo’s aan medicijnresten en gewasbeschermingsmiddelen die jaarlijks in ons oppervlaktewater terechtkomen. Wat weer een hele andere aanpak vergt omdat de bronnen verspreid en diffuus zijn. Veel werk aan de winkel. Kortom het bodemwerkveld groeit en bloeit als nooit tevoren.

Sytze Keuning, directeur Bioclear earth