Bodemschatten

Column

Ik woon met mijn gezin, drie honden, acht kippen en een haan aan de Opsterlandse Compagnonsvaart - in de 17e eeuw gegraven om de turfschepen doorgang te geven - midden in de Friese weilanden, waarin doorgaans geen kop te bekennen is. Zo niet op zaterdag 1 oktober 2016. Als ik ’s ochtends rond  tien uur nietsvermoedend de tuin in loop en over het land kijk, geloof ik mijn ogen bijna niet. Het leek de Kalverstraat wel, zo druk. Er liepen letterlijk honderden mensen rond in het weiland en bijna allemaal hielden ze een langwerpig voorwerp vast dat piepgeluiden produceerde. Het zorgde voor een surrealistische aanblik. Van alle kanten klonken de hoge piepsignalen. Iedereen hield bij het lopen de blik op de grond, terwijl ze de metaaldetector afwisselend naar links en naar rechts zwaaiden. Af en toe boog iemand zich voorover en begon met een kleine schep in de grond te graven. Ik kreeg niet de indruk dat ze vaak iets vonden.

Het bleek dat het Europese Coinhunters event op de eerste zaterdag van oktober was neergestreken op nog geen steenworp van waar ik woon. Uiteraard kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen, hier was iets bijzonders aan de hand en ik moest even gaan kijken. Het bleek te gaan om het grootste metaaldetector zoekevenement ooit in Nederland gehouden, met meer dan 500 (be)zoekers. Ik liep naar de grote tent in het weiland waar iedereen zich verzamelde voor de lunch. National Geographic Channel was er ook om beelden te schieten voor een aflevering van hun reality programma ‘Diggers’. Ik betrad een hele nieuwe wereld. De wereld van de coinhunters, die met hun metaaldetector en andere slimme hulpmiddelen die ze aan hun toolbelt dragen, op zoek zijn naar oude schatten in de bodem. Twee mannen die ik aansprak, een Amerikaan uit Miami en zijn maat uit Giethoorn, bleken doorgewinterde muntenzoekers te zijn. Ze hadden nog niks gevonden, maar met de hele middag nog voor de boeg, waren ze vol goede hoop. De blikken steeds gespannen en vol verwachting als de detector met luider wordende piepjes liet weten dat er iets van metaal en misschien wel zilver of goud moest liggen. Of die twee nog wat gevonden hebben weet ik niet. Later hoorde ik dat de mooiste vondsten die dag een gouden dukaat en een gouden tientje van koning Willem III waren geweest. Bijna kreeg ik zin om ook een metaaldetector aan te schaffen, maar de kans dat ik hier nog iets vind is sinds 1 oktober wel heel klein geworden. De vraag is natuurlijk: hoe zijn die zeldzame en waardevolle munten nu in een afgelegen weiland aan de Opsterlandse Compagnonvaart terecht gekomen?

De reden bleek verrassend en ook weer logisch. Ten tijde van de turfwinning in dit gebied werden schepen met turf vervoerd naar de grote steden zoals Amsterdam. Om niet leeg terug te varen namen ze keukenafval als retourvracht mee uit de stad dat als organische bodemverbeteraar over de weilanden werd verspreid. Met dit afval kwamen per ongeluk ook kleine voorwerpen als verstekelingen mee, zoals munten, knopen, kralen etc. die met het vruchtbare afval over het land werden verspreid. De bodem heeft deze schatten eeuwen lang bewaard tot de coinhunter ze met zijn gevoelige apparatuur weer ontdekt. Eigenlijk net zoals nu in de landbouw - langzaam maar zeker - op basis van onderzoek en praktijkervaring, eeuwenoude inzichten over het nut van organisch materiaal en humus voor het bodemleven en de bodemgezondheid gelukkig weer worden herontdekt. Voor ons en de landbouw zijn dat misschien wel de echte bodemschatten.

Sytze Keuning

Publicatie uit tijdschrift Bodem.